De Wet

Burgerlijk wetboek:

De basis principes van het civiel recht (privaat recht), waar elke mens van vlees en bloed aanspraak op mag maken door naar believen te kiezen voor het opnemen van de bevoegdheid als burger wanneer hij/zij dat nodig vindt teneinde een rechtshandeling te kunnen plegen, zijn: Gij zult niet doden, niet dwingen en niet stelen. Indien er niet kan worden aangetoond dat een claim rechtsgeldig is dan worden de basis principes van het civiel recht geschonden.

Zaken die onze rechten bedreigen, zoals gedwongen, éénzijdige, onrechtmatige betalingsclaims met bedreiging zonder onderliggende overeenkomsten/contracten is niets anders is dan roof. Om ons hiertegen te beschermen, hebben wij wetsartikelen zoals artikel 317SR waar tot negen jaar gevangenisstraf op staat, maar ook onze burgerrechten beschermen ons hiertegen.

BW 1.1 en BW 3.33:

‘Wij zijn vrij en bevoegd tot het genot van de burgerlijke rechten. Persoonlijke dienstbaarheden, van welke aard of onder welke benaming ook, worden niet geduld’. En: ‘Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard’.

Deze verklaring kan op verschillende manieren worden vastgelegd, maar zakelijke verklaringen zijn bindende overeenkomsten, zoals contracten. Ook bij de ziektekostenverzekering wordt er gewerkt met contracten met afzienbare doorlooptijden welke elk jaar opnieuw onderhandeld kunnen worden. Dus zelfs onze eigen overheid erkent hiermee dat dit de normale gang van zaken is.

 

De Belastingdienst overtreedt de wet:

De belastingdienst maakt zich schuldig aan identiteitsfraude (zie de volgende pagina 'Trusts'), valsheid in geschriften, samenzwering, misleiding, list en bedrog met dwang en bedreiging met illegale claims, waarvan zij weten dat zij hier helemaal geen bevoegdheid voor hebben;  zie onderstaande wetsartikelen uit het wetboek van Strafrecht. Ook op brieven met het verzoek zich te verschonen van deze strafbare feiten volgen hernieuwde pogingen te misleiden en te bedreigen met nieuwe illegale eisen.  

Nog een andere invalshoek! De particuliere onderneming ‘De Belastingdienst’ valt onder de Holding de ‘Staat der Nederlanden BV’ en is een ANBI-instelling welke vrijwillig giften mag geven en ontvangen, dus  zonder winstoogmerk òf een bedrijf met winstoogmerk dat staat ingeschreven bij de KvK. De ‘Staat der Nederlanden staat geregistreerd als bedrijf op de beurs (zie search result 'Edgar Files' en tevens de notering bij Dunn & Bradstreet). Wij zijn blijkbaar als inwoners van het land Nederland tevens onbezoldigde werknemers/aandeelhouders binnen de onderneming ‘Staat der Nederlanden BV’ zonder dat dit ons is medegedeeld en zonder dat wij dividend van ons aandeel kunnen innen.

Vraag: zou de Belastingdienst failliet kunnen gaan als er minder belastingen binnen zouden komen, zoals het geval bij een officieel geregistreerd bedrijf?  

Binnen een bedrijf en in alle andere situatie in de wereld, waarbij mensen een samenwerkingsverband aangaan, is er te allen tijde sprake van een verbintenis; tenminste mondeling, maar in geval van een samenwerkingsverband tussen mensen zoals bijvoorbeeld in een zakelijke onderneming of een onderneming zonder winstoogmerk, altijd schriftelijk, middels een contract. In een contract hebben wij behalve verplichtingen, ook rechten en ‘benefits’ en moet het contract door beide partijen uit onderhandeld zijn en tot een compromis zijn gekomen die ook door beiden onderkend, zonder voorbehoud geaccepteerd en ondertekend zijn.

Definities betreffende contracten volgens de Uniform Commercial Code (UCC) welke wereldwijd erkend en gevolgd worden, zijn beschreven op de volgende pagina 'Contracten'.

Hieronder een opsomming van alle wetsartikelen welke zijn geschonden met in een aantal gevallen cursief gedrukt de aspecten die hiermee verband houden en zoals ter schrift gesteld in brieven aan de Belastingdienst:

 

  1. Identiteitsfraude valt onder 231b SR: Opzettelijke verwarren van mijn identiteit. Ik ben een Mens van vlees en bloed, terwijl de belastingaanslag is gericht aan een onrechtmatige, onwettige en tegen mijn wil aan mij opgelegde juridische virtuele entiteit op basis van de Cestui Que Vie acte met onze NAAM in hoofdletters.                   De belastingdienst spreekt ons aan met een  verzonnen ‘juridische entiteit’.  Elke Naam die met ons verbonden is, is dat omdat wij hier toestemming voor hebben verleend.  Deze ‘juridische entiteit’ die de belastingdienst ons oplegt onder misleiding en bedrog middels de Cetui Qui Vie acte is nooit door ons ondertekend of anderszins erkend en daardoor ongeldig. Dit is ook ons burgerrecht: BW 1:1-2, 3:33 en 6:228. Onze identiteit werd geroofd door de Rijksoverheid op grond van onze geboorte acte en na zeven jaar door hen bevestigd. Er is geen grotere zonde dan dat wij zouden toestaan een ander te zijn dan wie IK werkelijk BEN. De overheid stelt zich hiermee als soevereine godheid boven de mensen. 
  1. Er wordt dwang (Vi Coactus) en dreiging (art.1:1-2BW) op de burger uitgeoefend ondanks dat er geen contract overlegd kan worden, waardoor elke claim feitelijk ongeldig is.
  2. Art.6 GW overtreden: Onze vrijheid van godsdienst wordt geschonden door ons te verplichten betalingen te verrichten aan de afgod Mammon. Dit gaat in tegen het Eerste Gebod dat zegt geen afgoden te dienen. Het grootste deel van de belastinginkomsten gaan naar buitenlandse particuliere aandeelhouders van de Holding ‘Staat der Nederlanden BV’ waar de belastingdienst onder ressorteert via het Ministerie van Financiën wat ook weer een BV is. De belastingdienst mag als Stichting giften ontvangen en/of uitdelen. Giften opeisen met dwang en geweld is uit den boze en onwettig.
  3. Schending van de UVRM-mensenrechten (sociaal economische rechten) door burgers in een procedure te willen dwingen met dwangbevelen en beslagleggingen bij niet (tijdig) betalen tot mogelijk zelfs onder de beslagvrije voet. Dit zou betekenen dat u uw minimale middelen van bestaan zouden kunnen worden ontnomen en u in de goot zou kunnen belanden op basis van bestuursrechtelijke regelgeving die zowel de burgerwetgeving zowel als de internationale verdragen op onaanvaardbare en illegale wijze zouden doorkruisen.
  4. Ontoelaatbare doorkruising van de wet op grond van bovenstaande. De wet (BW en GW en internationale verdragen) staan boven bestuursrechtelijke regelgeving (Commercial Code). Wij hebben als Mensen van vlees en bloed in eerste aanleg niets van doen met commerciële belangen van organisaties en zeker niet als wij ook helemaal geen lid zijn van deze organisaties noch hier contractueel mee verbonden zijn (art. 44 SR).     

Wetboek van Strafrecht

Artikel 137c SR

  1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift (dwangbevelen worden uitgevaardigd in naam van de Koning, die regeert bij de gratie Gods; dit is de burger dwingen tot erkenning van de overheid als Hogere Soevereine Macht die zichzelf tussen God en de burger als Mens plaats en gehoorzaamheid en afdrachten naar willekeur eist. Dit is afgoderij en gaat lijnrecht in tegen het Eerste Gebod van de wet van Mozes waar de Constitutie op is gebaseerd!) of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
  2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

 

Artikel 137f SR Hij die deelneemt of geldelijke of andere stoffelijke steun verleent aan activiteiten gericht op discriminatie van mensen wegens hun ras, hun godsdienst, hun levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie

 

Artikel 365 SR De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt (de belastingdienst dwingt de burger tot betalingen, waarvan de rechtmatigheid niet kan worden onderbouwd) iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

 

Artikel 285 b SR Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer (de belastingdienst stuurt in sommige situaties continu dreigbrieven met illegale betalingsverplichtingen, wat laster is, om aanhoudend te dreigen, de burger te willen beroven van geld dat er vaak niet is) met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.

 

 Artikel 2:273 f SR

1.

Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft:

1°. degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid (valsheid in geschriften wegens onrechtmatig opleggen van een betalingsverplichting zonder onderliggende overeenkomst) of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding (pretentie van het bestaan van een betalingsverplichting) dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden (verschuilen achter niet ter zake doende wet- en regelgeving) voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie (onder druk zetten van de burger die in het algemeen weinig/geen juridische kennis heeft) of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen;

6°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander (financiële megawinsten binnen halen over de rug van de burger die reeds zucht onder een steeds verder oplopende belastingdruk van 80-85%, zijnde 33-52% loonbelasting, meerdere 6% btw-schijven die inbegrepen zijn bij elk product dat wij kopen plus de 21% consumentenbelasting hierover, alle lokale belastingen, parkeergelden, boetes, lèges en accijnzen. Deze winsten doorsluizen naar illustere anonieme grootaandeelhouders die belegd hebben in het bedrijf ‘Staat der Nederlanden BV’, waarin de burger onwetend, ongewild, onbezoldigd werknemer (loonslaaf) is en elke vorm van eigendomsrecht ontnomen is volgens de Cetui Que Vie acte)

3.

De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien:

1°. de feiten, omschreven in het eerste lid, worden gepleegd door twee of meer verenigde personen (de  personen binnen de belastingdienst die meewerken en daarmee samenspannen deze onrechtmatige daad te plegen);

2°. degene ten aanzien van wie de in het eerste lid omschreven feiten worden gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel een ander persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt (veel burgers staat het water financieel gezien tot aan de lippen).

6.

Onder kwetsbare positie wordt mede begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.

 

Art. 80 SR

Samenspanning bestaat zodra twee of meer personen (de directie en medewerkers bij de Belastingdienst die samenspannen in deze om deze wetteloosheid tegen de burger ) overeengekomen zijn om het misdrijf (alle genoemde strafbare overtredingen en schendingen burgerrecht) te plegen.

 

Art. 227 SR

  1. Hij die in een authentieke akte een valse opgave doet (onrechtmatig en éénzijdig opleggen van een betalingsverplichting in een officiële kennisgeving van het belastingkantoor) opnemen aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
  2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van de akte als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid dan wel opzettelijk de akte aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die akte bestemd is voor zodanig gebruik.

 

 

Art. 48 SR

Het negeren/verzwijgen en/of ondersteunen van ernstige strafbare feiten maakt de belastingdienst medeplichtig

Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft:

  1. zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf;
  2. zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf

 

Art. 44 Strafrecht

1.Indien een ambtenaar door het begaan van een strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht schendt (misleiding en bedrog) of bij het begaan van een strafbaar feit gebruik maakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken, kan de op het feit gestelde straf, met uitzondering van geldboete, met een derde worden verhoogd. 

 

Burgerlijk Wetboek

 

Art.3:44 BW

1. Een rechtshandeling is vernietigbaar, wanneer zij door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen (zie de hierboven verwoordde strafwet artikelen; illegale belastingclaim zijn ook hiermee wederom ongeldig).

3. Bedrog is aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt (verleiden om akkoord te gaan met een belasting claim         wat feitelijk een gedwongen contract is onder valse voorwendselen) door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen         van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen (CQV acte), of door een andere kunstgreep. Aanprijzingen in algemene bewoordingen, ook al zijn ze onwaar leveren op zichzelf geen bedrog op.

4. Misbruik van omstandigheden is aanwezig, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand,                  afhankelijkheid (werkeloosheid, armoede, woonsituatie, uitbuiting door collega overheidsinstellingen en vaak kwetsbare medische positie door alle stress wat in sommige         situaties tot trauma kan leiden), lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.  

 

Art. 3:49 BW

Een vernietigbare rechtshandeling wordt vernietigd hetzij door een buitengerechtelijke verklaring (wilsverklaring), hetzij door een rechterlijke uitspraak.

 

Art. 3:50 BW 

  1. 1. Een buitengerechtelijke verklaring die een rechtshandeling vernietigt, wordt door hem in wiens belang de vernietigingsgrond bestaat, gericht tot hen die partij bij de rechtshandeling zijn.

2.Een buitengerechtelijke verklaring kan een rechtshandeling met betrekking tot een registergoed die heeft geleid tot een inschrijving in de openbare registers of tot een tot levering van een registergoed, bestemde akte, slechts vernietigen indien alle partijen in de vernietiging berusten (het alternatief is de afgedwongen rechtshandeling in tact te laten en akkoord te gaan met nader op te stellen tegen voorwaarden).